Betere opvolging met de nieuwe functie van FibriCheck voor het registreren van behandelingen en diagnostiek!
We hebben een nieuwe functie toegevoegd aan FibriCheck die is ontworpen om zorgverleners te ondersteunen bij de opvolging van hun patiënten. Zorgverleners kunnen nu behandelingen (bv. ablatie, cardioversie en medicatie) of diagnostiek (bv. holtermonitor, 12-afleidingen-ecg en pleistermonitor) registreren in het FibriCheck-portaal. Zo kunnen ze de symptomen en het ritme van hun patiënten vóór en na een bepaalde ingreep, zoals een ablatie, met elkaar vergelijken.
Hoe werkt het?
De functie voor het registreren van behandelingen en diagnostiek wordt automatisch geactiveerd, zodat zorgverleners meteen registraties kunnen toevoegen. Zo krijgen ze** inzicht in het volledige AF-fenotype van hun patiënten, waaronder AF-belasting, symptomen, ernst van de symptomen en de correlatie tussen symptomen en ritme vóór en na behandeling of diagnostiek**. Dit leidt uiteindelijk tot beter inzicht in de doeltreffendheid van de behandeling en in het terugkeren van hartritmestoornissen.
Voor behandelingen kunnen gegevens worden ingevoerd over de reden van de behandeling, het type behandeling met details over de behandelmethoden, en het succes van de behandeling. Voor diagnostiek kunnen gegevens worden toegevoegd over de reden van de diagnostiek, het type gebruikte diagnostische tool en het resultaat ervan.
Alle gegevens worden gecombineerd in één workflow, wat de opvolging vergemakkelijkt. De gegevens van behandelingen en diagnostiek zijn alleen zichtbaar voor zorgverleners in het portaal en worden niet gedeeld met patiënten.
